De stad heeft de toekomst
heet het. De grote vraag is evenwel wat voor stad. Een overzichtelijke stad als
Leeuwarden, een grote stad als Amsterdam of een megastad zoals we die kennen
van opkomende economieën? De propagandisten van de stad maken zich vaak nogal
schuldig aan wishful thinking.
Wonend in Amsterdam menen
ze zich inwoner van een metropool met een potentieel aan creatieve beroepen.
Vanuit hun genoeglijk kleine centrum met amper zicht op de randgebieden, wanen
ze zich in een wereldstad. Eigenlijk wonen ze in een overzichtelijk dorp in een
samenhang met andere dorpachtige wijken.
Zelf ben ik nogal
geporteerd van Barcelona. Ook zo’n stad bestaande uit overzichtelijke wijken
met alle hun eigen karakter. De aantrekkelijkheid is zo’n beetje afmeetbaar aan
de huizenprijzen. Gracía is aantrekkelijk vanwege de licht bohemienachtige
sfeer en dus duur. De Spaanse crisis
krijgt evenmin grip op de huizenprijzen van Eixample, Poblesec en de wijken
tegen de zeerand.
Het is er nogal relaxed,
hoewel in de oude binnenstad met Gothico en Raval als gebieden waar te veel
verschil tussen bevolkingsgroepen echte grote stad problemen toont. Leuk voor
toeristen om overdag te slenteren, maar kom er niet in de donkere uren.
Het is de fout van de
stadgelovers. Ze verwarren genoeglijke stadswijkjes met de megasteden en
destilleren hieruit het idee van de stad als toekomstig bestuurscentrum nu de
landelijke overheden de greep op de onderdanen dreigen kwijt te raken.
In de Volkskrant
constateert Jonathan Holslag terecht dat mensen een ideaalbeeld van de stad
hebben dat beter past bij een stad als Leeuwarden, dan bij Mexico-City. Over de
hele wereld loopt het platteland leeg richting stad. Waar het een geleidelijk
proces is, die de oude steden met mooie uitbreidingen kunnen opvangen is hier
niets mis mee. Dat is in de hedendaagse megasteden helaas niet het geval.
Het grote probleem snijdt
hij ook even aan: de mooie banen. De afgelopen jaren zijn die er amper
bijgekomen. Zeker geen productieve duurzame banen. Veel babbelbanen die
populair zijn bij de gratie van de onzekerheid van overheden en grote
bedrijven, maar waarvan het de vraag is of ze overeind blijven als de
onzekerheid afneemt.
Dat is in een land als
Nederland het grote probleem. Niet de afstand Noorden tot de rest van het land,
maar het ontbreken van zinvolle banen voor het werkzame deel van de zeventien
miljoen inwoners van dit land.
Daar helpt geen mooie infrastructuur tegen.
Het is een gegeven dat de
leiders niet willen accepteren. Het is net als met klimaatverandering. Neem je
dat voor waar aan, dan accepteer je ook de kosten om dit op te vangen en een
ander soort economie. In het overheersende liberaal klimaat in deze contreien
is dit moeilijk te verteren. Net zomin als het akkoord gaan met een
herverdeling van werk en in ieder geval van inkomen als er niet voldoende banen zijn.
Dus doet men maar niets
en wacht op een hervatting van de economische groei in de hoop, dat dit alle
problemen zal oplossen. En bijna geen politicus die dit durft te betwijfelen.
Het platteland is ten slachtoffer gevallen aan de grootschalige landbouw, dus
moeten we het doen met de steden. Maar om die leefbaar te maken moeten we af
van het idee van gedroomde ideaalbeelden. En dat zie je nog niet in Leeuwarden,
noch in Amsterdam, noch in Barcelona. Alom klinkt nog steeds de oplossing in
werkgelegenheid en niet – wat veel beter zou zijn – in inkomen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten