maandag 11 augustus 2014

De val



Niets is saaier dan een leven zonder risico’s pleeg ik altijd te roepen wanneer ik weer eens iets heb gedaan dat niet echt goed uitpakt.

Hoezo fatsoenlijk schoeisel in een steengroeve? Hoezo letten op bordjes? En zo schuifel je steen voor steen op je sandalen naar het veelbelovende uitzicht. Daar doe je het toch voor.

 
Als dan een steen begint te rollen onder je voet, ach wat zo het. Als nummer twee als een soort domino hetzelfde doet, gevolg door een flink aantal soortgenoten denk je toch even, dat het niet goed gaat.

Enkele momenten later, als je al valt, schiet het nog even door je heen dat dit weer zo’n risico was waarvan het onverstandig is het te nemen. Dom zou een goede bekende zeggen. Op het moment dat mijn hoofd op een scherpe steenrand knalde, verwachtte ik even dat het licht uitging.

Dat deed het niet en zo zag ik meteen dat het niet goed zat. Benen open – tja in korte broek – vingers bebloed en nagel stuk. Je blijft maar even liggen om de eerste pijn te overwinnen en te pogen overeind te komen. Als dat dan na enige minuten lukt denk je dat het wel meevalt.

Tot je weer op je voeten staat en begint te lopen. En scherpe pijn schiet door je schouder en dat is raar. Want daar ben je toch helemaal niet op gevallen. Nou ja, helemaal zeker ben je er niet van gezien het bloed dat overal lijkt te zitten.

Voorzichtig huiswaarts lopend neemt de schouderpijn vormen aan, waarvan je even denkt dat het toch niet zo hoort. Thuis zoek je een houding om de pijn te drukken tot huisgenoten op het heldere idee komen toch maar even naar de eerste hulp te gaan..

Nu gebeurde dit net over de Duitse grens – waar heb je hier steengroeves tenslotte – en belandde ik in een allervriendelijkst Duits hospitaal met een uitzonderlijk voorkomende verpleegkundige, die na wat vragen mij kordaat naar de röntgenafdeling dirigeerde en de eerste foto’s nam.

Niets te zien, dus wachten op de arts. Alweer zo’n heel vriendelijke meneer. Die na wat vragen onmiddellijk de diagnose gesteld leek te hebben en nog een paar beelden liet maken van mijn nek. Kort en goed, ook niets te zien maar de conclusie was onontkoombaar: een op zijn minst gekneusde nekwervel.

Nu zit ik dus thuis na een helse terugrit, waarin vooral de bochten naar links gierende pijn  veroorzaakten – nee geen politieke grapjes nu. Over het slapen zullen we het maar niet hebben. Wel over de prachtige donkerblauwe nekband. Zo eentje heb ik hier nog niet gezien. Alleen verhelpt het de pijn niet en zal ik toch nog een mri-scan moeten laten maken.


Typen lukt wel maar alleen met de handen op de rand van de tafel en niet erg zeker. Wordt vervolgd. De voorlopige conclusie lijkt dat dit weer eens een risico was, dat beter niet genomen was.

donderdag 7 augustus 2014

Weg met de Einzelgänger




Hoeveel ruimte is er nog voor autonomie? Het is een vraag waar je vandaag de dag meer en meer mee worstelt. Einzelgängers worden niet meer zo op prijs gesteld.

Decennialang kon je min of meer je gang gaan. Zeker in de journalistiek was er ampel ruimte voor zelfstandigheid. Natuurlijk, daar moest iets tegenover staan. Als je hiervoor zorgde was er geen vuiltje aan de lucht. Je werd met rust gelaten.

Geen angst voor autoriteiten, geen angst voor verbroken contacten. Dat zijn wel zo’n beetje de voorwaarden voor een relatief autonoom bestaan. En natuurlijk een werkomgeving die er waardering voor kan opbrengen.

Zeker na de jaren zeventig was die waardering er. Daarna werd die autonomie steeds meer teruggedrongen tot enkele sectoren zoals de kunst. In de journalistiek kwam een proces van verzakelijking op gang waar individuele creativiteit minder op prijs werd gesteld. Teamwerk werd het adagio.

De verderfelijke handboeken management en het oprukken van de manager in het algemeen deden hun vernietigend werk. Want die managers leerden wel, dat je al te veel individualiteit geen ruimte moest geven. Er was meer te halen uit samenwerken, althans voor de doelstellingen van de managersideologie.

Alleen talentvolle freelancers konden hun gang nog gaan, mits ze voldoende durf hadden en zich niet overgaven aan gemakkelijke goede verdienende schrijfklussen. Dat betekende meer en meer het zelfstandig afreizen naar gebieden waar je met teamwerk niets opschiet maar waar het meer op je individuele overlevingsdrang aankomt.

Als je om wat voor reden dan ook daar niet geschikt voor bent, wordt je vrijheid aan banden gelegd. Dat is niet alleen slecht voor individuele personen maar ook voor de organisaties waar ze voor werken. Het is alleen goed voor het ego van de manager en het voortbestaan van zijn ideologie.

Want vergis je niet management is een ideologie. Een ideologie die helemaal niet gericht is op een optimaal resultaat in het algemeen, maar veeleer in dat van een bedrijf of groep van personen. Zeker onder de nieuwe liberalisering van begin jaren tachtig kreeg deze ideologie de wind in de zeilen.

Iedereen die in die jaren in min of meer creatieve beroepen werkte heeft die cultuurverandering aan den lijve meegemaakt. Er kwamen staatjes met te behalen doelen, er verschenen lieden op de werkvloer die werkprocessen doorlichten, hun werk belangrijk makend met Engelstalige newspeak waar hun opdrachtgevers diep van onder de indruk raakten.

Wie zich er tegen verzette werd al snel op een zijspoor gezet. De moeite die het hierna kostte uit recessies te komen was een teken aan de wand. Eerst die van de jaren tachtig en nog pregnanter nog die van deze nieuwe eeuw. Desondanks zie je geen enkel vacature meer waarin de nadruk ligt op individualiteit. Teamwerk daar gaat het om en te meten productiviteit.


Dat de gemiddelde productiviteit de afgelopen decennia is afgenomen wordt door economen vooral geweten aan de grotere arbeidsdeelname van in deeltijd werkende vrouwen. Waarom niet aan lieden in de management adviserende babbelbanen, zo vraag je je af. Wat produceren die feitelijk? Zo lang dit soort vragen niet gesteld wordt, zullen we steeds moeilijker uit recessies komen. Waar helaas een klein aantal mensen wel heel goed uit weg komt.

maandag 4 augustus 2014

Ach, die babyboomers toch


























Ja, daar was ie weer. De jaloezie op de babyboomer. Saskia Noort vindt haar eigen generatie maar sneu behandeld door die ouderen. Met de mooie banen en dure huizen.

Je kunt er de klok op gelijk zetten, als er een veertiger aan het woord komt. Zodra de babyboomer ter sprake komt gaan ze los. Generaliserend: het zijn allemaal graaiers en zien ons niet zitten als generatie Nix. Je zou er medelijden mee krijgen.

Waar het vandaan komt is me een raadsel. Natuurlijk hebben de huidige zestigplussers soms een mooi huis, dat voor jongeren onbetaalbaar is, overigens ook onverkoopbaar. Over die banen verschillen de meningen. Hoeveel mensen boven de zestig hebben zo’n mooie dik betaalde baan?

Ja, de eerste babyboomers hadden nog zoiets als de vut. Maar die is al jaren verdwenen. Nee, voor de huidige zestigplussers is het een karige bedoening als ze eerder dan bedoeld het arbeidsproces verlaten. Dat ze hier niet zo hard over klagen mag een wonder heten.

Niet alle babyboomers hebben een goed pensioen. Al die mensen met een mbo-opleiding en veelal onzekere banen mogen blij zijn als ze al een pensioen hebben. En dat is de meerderheid. Met een beetje geluk hebben ze nog een huis en nog meer geluk zonder hypotheek.

Waar dat beeld toch vandaan komt van die rijke babyboomer? Het is hooguit te wijten aan reclame van het rijke Zwitserlevengevoel. Dit is evenwel voor weinigen weggelegd. Hoorde ik gisteravond godbetert ook nog klagen over adviesbureaus als uitvinding van de babyboomers. Ik heb ze zien komen en het waren piepjonge mannen en vrouwen in keurige pakken en mantelpakjes.

Die maakte het vooral de ouderen zuur en zorgden ervoor dat die snel werden geloosd al dan niet gedwongen. En de politiek zorgde er wel voor dat er geen Zwitserleven in het verschiet ligt. Geen vut, maar ww en bijstand. Verplicht solliciteren boven de zestig, potdikkeme je krijgt het geld niet zo maar.

Ook wij kwamen in de crisisjaren op de arbeidsmarkt. En lang niet iedereen kon profiteren van de huizenmarktboom van de jaren negentig het eerste decennium van deze eeuw. Ik zie ze voorbij komen, die grijze golf op elektrische fiets. Rijk? Ho maar.

Dus veertigers en vijftigers hou op met het gemekker en doe niet mee aan het afbreken van de verzorgingsstaat. En zeur niet over studenten die vroeger twaalf jaar over hun studie mochten doen. De huidige veertigers en vijftigers hoefden het echt nog niet in vier te doen. Het zijn de huidige studenten en die van de afgelopen tien jaar die de klos waren en zijn.


Nog even en jullie staan er zelf zo voor. En als de pensioenen en aow dan echt zo magertjes zijn geworden, is dat het gevolg van jullie politieke keuze. Jullie stemmen op D66 en andere afbraakpartijen. Daar zijn niet veel babyboomers bij. En evenmin willen ze de echte graaiers aanpakken. Dit zijn politieke keuzes waar jullie kennelijk niet van wakker liggen. Dan moet je nu niet klagen over die enkele in weelde badende babyboomers.

zondag 3 augustus 2014

Wennen aan warmte

Na zoveel weken van bijkans subtropische temperaturen, waarbij het leven zich meer en meer buiten begint af te spelen word ik bevangen door hetzelfde gevoel dat zuidelijke landen bij mij oproepen. Het zalig nietsdoen afgewisseld met amper meer nuttige activiteiten.

Als ik zo eens de sociale media langs ga bemerk ik dat er nogal veel mensen zijn, die net ook het verre reizen even hebben gelaten voor wat het is en thuis de warmte ondergaan. In de nabije omgeving zie ik een buurman die aan zijn huis een prieeltje heeft gebouwd om van buiten zijn te genieten ook als het regent en waar de warmte nog wat langer blijft hangen.

Op het nabije water hoor ik zo nu en dan het snorrende geluid van een waterscooter en veel meer nog de sonore geluiden van passerende pleziervaarders. Slechts een enkele keer komt er een vrachtschip voorbij, dat ons herinnert aan het feit dat we in een werkzaam land wonen waar nietsdoen geen aanbeveling verdiend.

Wat dat betreft hoop ik op nog vele van deze zomers en liefst achtereen, slechts afgewisseld door zachte winters waarin het land zich enigszins kan herstellen van de droogte. Zoals dat het geval is in genoemde landen waar het in de wintermaanden groen kleurt en in de lente zelfs kleurrijk wordt om dan in de zomer langzaam van een droog geel naar bruin te verworden.

Zelfs de saaie raaigrasvelden die ons omringen beginnen van kleur te verschieten, dit tot verdriet van de eigenaren die de zon meer beginnen te haten dan de ganzen die zich aan hun eiwitrijk gewas te goed plegen te doen in de zomermaanden. Niets valt er te maaien nadat het vee zich te goed heeft gedaan. Maar goed het gras is al eerder gemaaid en opgeslagen voor de wintermaanden.

Het is allemaal ongewoon voor dit nijvere land. Vaag herinner ik mij zulke zomers waarin langzaam de hitte bezit nam van de mensen nadat het eerst tot overlast aanleiding gaf. Maar we zijn nu een keer ooit uitgebarbecued en de eeuwige muziek in de buitenlucht begint langzaam te verdwijnen om plaats te maken voor aangenamer geluiden.

Kortom laat de weergoden voor een keer medelijden met ons hebben. En de lagere temperaturen gepaard met veel nattigheid nog enige tijd achter de zo nu en dan opduikende wolken vast te houden. We hebben het verdiend na alle ellende waaraan we bloot gesteld zijn van neerstortende vliegtuigen, demonstraties tot een vrije Volkert van der G. toe.

Ergens vrees ik de komende herfst waarin het geblaat weer volop zal klinken en de dagelijkse beslommeringen weer anders zullen zijn dan het zalig ontvluchten van al te felle zon. Wanneer politici weer terug keren van hun lange reces en een ieder weer aan het slavenbestaan van het geld verdienen moet beginnen. Misschien zal dan de drang tot verkassen weer groter worden. Nu voorlopig nog maar even niet.


zaterdag 2 augustus 2014

De schoonheid van boven



Friesland blijft een merkwaardige provincie. Alhoewel sommige inwoners het als het mooiste land van d’aarde beschouwen, valt daar voor grote delen wel wat op af te dingen. Zoals ik al eens heb gezegd is het vanaf het water evenwel best de moeite waard. Van boven ligt het sterk aan de richting waarin je kijkt.

Ruim twaalf jaar sinds mij een ballonvaart is aangeboden, is het er dan nu eindelijk van gekomen. Helaas geen VIP-arrangement met twee in een mandje, inclusief hapjes en champagne, maar met z’n twaalven in een grote in hokjes ingedeelde mand. Het mocht de pret niet drukken.

Het moet gezegd, het is zeker de moeite waard Friesland ook eens van boven te bekijken. Hoe hoger hoe mooier. Op lagere hoogte zie je toch weer de vernietiging van een mooi landschap door industrieterreinen en landbouwactiviteiten.

Ook valt het op dat de aanwezige windmolens in dit landschap zeker niet detoneren en ondanks de beweringen van tegenstanders, zie je ze toch echt niet overal. En waar je ze ziet, zijn ze eigenlijk wel een aardige decoratie van het lege landschap.

Want wat nog meer opvalt is het ontbreken van vee in het land. Zo nu en dan zie je wel eens een kluitje koeien op een krap bemeten stuk land, maar verder is het nogal leeg. Ja, zelfs een vluchtende haas ontsnapte niet aan onze blik. Maar de schoonheid van de meren en – als je maar hoog genoeg komt -  zelfs de Wadden is adembenemend.


Dan kun je weer even leven met de gedachte, dat je hier nog wel even blijft wonen. Al kan dat natuurlijk zo maar veranderen. Als eerzaam ambteloos burger valt het mij op, dat er geen enkele vacature in Friesland te vinden is. Maar goed daarvan zie je niets van boven. Waarmee maar gezegd is, dat wie deze provincie nog niet boven heeft gezien niet kan meepraten. Ook niet over windmolens.

donderdag 31 juli 2014

Stille tocht, Gaza, Volkert etc.


Wanneer, zo vraag ik mij deze week af, wordt de eerste stille tocht in vakantievierend  Friesland - met kaatsen en skûtsjesilen - gehouden voor de al meer dan duizend slachtoffers van de oorlog in Gaza. Of ben ik nu een antisemiet?

Het zijn ingewikkelde tijden met twee conflicten van totaal andere orde en daar kunnen we maar moeilijk mee omgaan. Het was zo simpel. De wereld is een nare plaats voor veel mensen, maar hier is het ondanks enkele kleine rimpelingen toch best aardig.

En dat is nu in een klap anders geworden. Een vliegtuig met veel Nederlanders wordt met Russisch wapentuig uit de lucht geschoten en we weten nog steeds niet precies door wie. Terwijl we dat aan het uitvogelen zijn, valt Israël de Gazastrook binnen na weken achtereen met raketten bestookt te zijn.

Televisie en kranten houden de stand bij als bij een voetbalwedstrijd. Bij de vliegramp 296 doden, in Gaza meer dan 1200 en aan Israëlische kant 50. Bij de vliegramp louter onschuldige slachtoffers, in Gaza is dat moeilijk te schatten, maar het aantal onschuldige burgers overstijgt de miltante Hamas-leden inmiddels ruimschoots. Aan Israëlische kant alleen militairen.

Nu is elke dode een dode met familie, dus ook een dode soldaat is te betreuren. Het is slechts een gradueel verschil. Wie er begonnen is, is onduidelijk. Natuurlijk is het afschieten van duizenden raketten – overigens zonder veel slachtoffers – niet te tolereren, maar de echte aanleiding lijkt gelegen in de ontvoering en moord op drie jonge Israëliërs en de daarop volgende vergelding. De daders zijn overigens nog altijd niet opgespoord.

Nu de verhouding in het aantal doden wel erg scheef is, kunnen we wel stoppen met tellen en terecht concluderen dat het optreden van Israël disproportioneel is. En zou een massaal protest op zijn plaats zijn. Helaas schiet Nederland onmiddellijk in een raar soort politiek gemotiveerd stress.

Trouwe veelal rechtse en gelovige Israël-aanhangers blijven hameren op het zelfverdedigingrecht en critici van het Heilige Land voelen zich daar erg ongemakkelijk door. Voor je het weet ben je antisemiet. In de NRC mogen twee twijfelachtige pro-Israël adepten uit de doeken doen, dat het antisemitisme al jaren groeit door de invloed van de moslims alhier.

Maar om nu heel eerlijk te zijn blijft de discussie een beetje beperkt tot twitter en facebook. Het blijft een beetje in de schaduw van de vliegramp en de gevolgen hiervan. En nu mag Volkert van der G. ook nog zonder enkelband door heel het land. Een keurige rechterlijke beslissing, maar dat kan niet door de beugel natuurlijk. Dus hebben we het daarover en blijven alleen de militanten van beide zijde hun mening over de Gaza-oorlog spuwen. Het doden gaat gewoon door.


Als ik niet zo’n argwaan had tegen stille tochten, zou ik er nu een organiseren voor alle slachtoffers. Maar goed dat doe ik niet en zit nu wel met al die gedode burgers en vooral kinderen in Gaza. Het zit mij niet lekker. Of ben ik nu toch een meeloper in het kamp der antisemieten?

woensdag 30 juli 2014

Hoe genoeglijk glijdt ....


Niets is leuker dan op het water in Friesland. Althans dit was mijn ervaring tot zover en behoudens het nu volgende blijft dit ook wel zo.

Friesland is zoveel mooier vanaf het water dan vanaf de wal. Zeker als je een boot hebt die een beetje laag is zie je de kaalslag die boeren hebben aangericht amper. Vanaf het water zie je mooi hoge rietkragen en wat verder majestueus wiekende windturbines. Ja, de provincie beweegt.

Maar ieder paradijs heeft zo zijn wolkjes en dat zijn natuurlijk de medewatergebruikers. Doorgaans aardige mensen, alhoewel een enkele zeiler nog wel eens minachtend wil kijken naar lieden in een motorboot. Vandaar dat ik nu zelfs zeilles heb genomen.

Toch hoor je wel eens nare verhalen over agressie op het water. Daar heb ik nog weinig van gemerkt. Ga alleen niet in de haven van Sneek liggen enkele dagen voor de Sneekweek. Dan nestelen bootbezitters zich op mooie plekjes om de vlootschouw die de week voorafgaat te aanschouwen.

Dan heb je ineens met een ander type mensen te maken. Zo legden wij aan in een mooi klein plekje naast twee flinke jachten. De linker jachtbezitter stak de helpende hand toe om de boot aan te leggen. Rechts werd er slechts meewarig gekeken.

Nog maar amper gesetteld of we zagen het gezelschap rechts groeien en gretig de blikjes bier ledigen. Een hele familie, opa, oma, drie kinderen met aanhang en zelfs enkele kleinkinderen slalomden rond de blikjes. Ach, denk je dan, het hoort erbij. Dat is de Sneekweek.

Helaas werden een uur later de blikjes vervangen door een heuse bierpomp op het dek. En allengs werden de gesprekken luider. De ervaring leert evenwel, dat zo om een uur of acht de mensen de stad intrekken. Je hebt dan hooguit enige last bij terugkeer, maar het is draaglijk.

Zo niet dit gezelschap. De weinig interessante gesprekken, letterlijk te volgen, waren helaas onvoldoende. Hier moest muziek bij en ja ook steeds luider. Nu geldt erin Sneek de regel dat overlast na elven streng bestraft wordt, dus rekenden wij op de havenmeester, die er ook snel bij was om het havengeld te innen.

Om elf uur bleef het evenwel rumoerig. De gesprekken werden alleen luider, niet interessanter wel iets dreigender met verhalen over hoe zeurende mensen aangepakt dienden te worden. De havenmeester schitterde door afwezigheid. En wij lieten de hond uit.

Dit alles duurde tot een uur of half een, tot oma een beetje pissig slapen wilde. De muziek werd zachter, de gesprekken niet. De wandeling met de hond had geleerd dat het elders langs de kade een en al rust was. Slechts mensen die op gedempte toon spraken en genoten van het zachte avondweer.

Te laat voor verkassen en berustend probeerden wij de slaap te vatten. Na een uur of een werd het langzaam stiller. Na gesprekken over grote en kleine criminelen en hoe de hardste spreker zichzelf liever tot de groten rekende.


Tja het zijn van die momenten dat je denkt, zulke mensen stonden waarschijnlijk ook langs de weg te klappen voor de slachtoffers van de MH17. Ze zagen er verder keurig uit, dus het had gekund. Maar goed, dit zijn boze gedachten vanwege te weinig nachtrust. De dagen erop hebben we weer volop genoten, maar wel buiten de stad.

De belabberde staat van de journalistiek

  R uim een week na de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta juicht menigeen in Nederland vanwege één journalist die defensieminister D...