dinsdag 11 augustus 2026

De belabberde staat van de journalistiek

 





Ruim een week na de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta juicht menigeen in Nederland vanwege één journalist die defensieminister Dilan Yesilgöz het vuur na aan de schenen legt. Let wel, na een week en slechts één journalist. 


Even ter herinnering, de avond na de bestorming van Ceuta door tienduizenden doorgaans jonge Marokkanen, lanceerden Yesilgöz en VVD-fractieleider Brekelmans leugenachtige tweets waarin Spanje de wacht aan werd gezegd. Ruim twintig Europese regeringsleiders, inclusief Rob Jetten, meenden Spanje per brief nog eens stevig te moeten aanpakken.


Het was zo’n dag na de ramp, die je het schaamrood op de wangen brengt. Vooral omdat in de suggestieve berichten de suggestie werd gewekt, alsof de horde zo Europa binnen was gestormd. Een beetje kenner van de situatie in Ceuta weet dat hier geen sprake van was. Bovendien had Spanje door krachtig optreden dezelfde dag al de meerderheid van de Marokkanen terug gestuurd.


In de serieuze geschreven media werden de leugenachtige uitingen van Yesilgöz en Brekelmans en ook van die regeringsleiders de volgende dag veelal ontkracht. Daarna bleef het stil. Zeker op de treurbuis wachtte Nederland vergeefs op journalisten die Yesilgöz en/of Brekelmans, maar ook Rob Jetten ter verantwoording zouden roepen.


Het is een beeld dat we al zolang kennen. De Haagse verslaggevers, zichzelf op de borstkloppend als zijnde de journalistieke elite, zwegen in alle talen. Met vakantie? Zou kunnen, maar eigenlijk weten we wel beter. De politieke verslaggevers, zeker van de televisie, schurken te veel tegen de macht aan om het de politici echt moeilijk te maken.


Er was dus een correspondent uit Brussel voor nodig om Yesilgöz na een week ter verantwoording te roepen. In de eerste plaats omdat ze als defensieminister haar mond moet houden over het beleidsterrein van haar collega-minister. En daarnaast over regelrechte leugens die ze sociale media heeft op geslingerd en het retweeten van Russische desinformatie. Lijkt toch een doodzonde voor een minister.


Deze correspondent, Stefan de Vries, deed zijn best om Yesilgöz in de hoek te krijgen, maar die kakelde zich er weer doorheen. Als je luisterde naar wat De Vries zei, kon je de indruk krijgen dat Yesilgöz er met haar slappe verweer flink van langs kreeg, maar ze werd min of meer in bescherming genomen door de gespreksleider van WNL (sic!). Bovendien werd door haar gekakel de discussie dood geslagen.


Toch was het op de sociale media (Bluesky in dit geval) een en al lofzang op Stefan de Vries. Terecht natuurlijk. Maar eigenlijk was het tekenend voor de belabberde staat waarin de Nederlandse journalistiek verkeert. Reken maar, dat de beeldmedia straks weer uiterst voorzichtig met Yesilgöz zullen omgaan. Bang als ze zijn voor links uitgemaakt te worden. De schrijvende pers kan roepen wat men wil, maar het is beeld dat blijft hangen.


dinsdag 28 april 2026

De te respecteren ruimte



Een paar dagen in een dorp aan de Duitse kant van de grens brengt een mens in verwarring. Wat heerst hier een merkwaardige rust, dat wil zeggen merkwaardig in vergelijking wat we nu gewoon vinden. Het is hier ronduit stil. Behoudens een brutale haan en ander gevogelte valt er niet veel te beluisteren.


Ja, je hoort af en toen een buurman of -vrouw iets zeggen. Ook al - wellicht beïnvloed door de stilte omgeving - beschaafd en vooral rustig. Of in de verte een grasmaaier. Zondags, zo vertelde onze gastheer, is dit soort lawaai ten strengste verboden. Dus geen luidruchtig gereedschap of luide muziek.


Hierover nadenkend, besef je dat hier sprake is van het respecteren van andermans ruimte. Je behoort de ruimte van een ander niet in te nemen. Dat mensen dit in Nederland, en niet alleen daar weet ik nu uit ervaring, vergeten zijn, valt pas op in zo’n Duits gebiedje, waar overigens ook veel Nederlanders wonen.


Mensen vinden het volstrekt normaal om de ruimte van een ander ongevraagd te betreden. Niet letterlijk natuurlijk, want dan zet je er een hek omheen, maar vooral figuurlijk. Ik mag in mijn tuin muziek afspelen, zo hard ik dat wil. Ik mag de barbecue aansteken, al staat de wind net in de richting van mijn buurman. Dat is mijn recht.


Dat is wat sommige mensen betitelen als onze cultuur. Een cultuur waarin vreemde elementen niet moeten zeuren over geluidsoverlast, of rookgeur. Onze muziek is toch mooi. Geen gejengel van on-Europese instrumenten. Onze muziek is vooral mooi in onze eigen taal. En die cultuur is vooral een aantasting van andermans ruimte.


Want dat men met die muziek of andere onnodige herrie in de ruimte van een ander komt, wil er niet in bij de gemiddelde lawaaimaker. Klachten hierover, mogelijk zelfs een verbod, wordt ervaren als aantasting van een zwaar bevochten recht. Dan is het plots of zijn ruimte wordt ingeperkt. Helaas voor hem is zijn gedachte ruimte niet van hem.


En dat wil er bij de moderne mens niet meer in. Je ruimte is slechts dat stukkie terrein met een hek erom, dan wel binnen de muren van je huis. Alles daarbuiten is ofwel van een ander of vele anderen, ook wel publieke ruimte genoemd. En daar hoor je niet ongevraagd of ongepast te komen. Ook niet met geluid.


Het is geen aantasting van recht of bedreiging van cultuur die aantasting van de ruimte van een ander aan banden te leggen. Het is een kwestie van beschaving, beschaving die in zo’n grensdorp kennelijk nog bestaat. Ook als het mooi weer is en ieder wil genieten van het buiten zijn. Dat kan, vooral als mensen elkaars ruimte ook figuurlijk respecteren.

De belabberde staat van de journalistiek

  R uim een week na de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta juicht menigeen in Nederland vanwege één journalist die defensieminister D...