Ruim een week na de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta juicht menigeen in Nederland vanwege één journalist die defensieminister Dilan Yesilgöz het vuur na aan de schenen legt. Let wel, na een week en slechts één journalist.
Even ter herinnering, de avond na de bestorming van Ceuta door tienduizenden doorgaans jonge Marokkanen, lanceerden Yesilgöz en VVD-fractieleider Brekelmans leugenachtige tweets waarin Spanje de wacht aan werd gezegd. Ruim twintig Europese regeringsleiders, inclusief Rob Jetten, meenden Spanje per brief nog eens stevig te moeten aanpakken.
Het was zo’n dag na de ramp, die je het schaamrood op de wangen brengt. Vooral omdat in de suggestieve berichten de suggestie werd gewekt, alsof de horde zo Europa binnen was gestormd. Een beetje kenner van de situatie in Ceuta weet dat hier geen sprake van was. Bovendien had Spanje door krachtig optreden dezelfde dag al de meerderheid van de Marokkanen terug gestuurd.
In de serieuze geschreven media werden de leugenachtige uitingen van Yesilgöz en Brekelmans en ook van die regeringsleiders de volgende dag veelal ontkracht. Daarna bleef het stil. Zeker op de treurbuis wachtte Nederland vergeefs op journalisten die Yesilgöz en/of Brekelmans, maar ook Rob Jetten ter verantwoording zouden roepen.
Het is een beeld dat we al zolang kennen. De Haagse verslaggevers, zichzelf op de borstkloppend als zijnde de journalistieke elite, zwegen in alle talen. Met vakantie? Zou kunnen, maar eigenlijk weten we wel beter. De politieke verslaggevers, zeker van de televisie, schurken te veel tegen de macht aan om het de politici echt moeilijk te maken.
Er was dus een correspondent uit Brussel voor nodig om Yesilgöz na een week ter verantwoording te roepen. In de eerste plaats omdat ze als defensieminister haar mond moet houden over het beleidsterrein van haar collega-minister. En daarnaast over regelrechte leugens die ze sociale media heeft op geslingerd en het retweeten van Russische desinformatie. Lijkt toch een doodzonde voor een minister.
Deze correspondent, Stefan de Vries, deed zijn best om Yesilgöz in de hoek te krijgen, maar die kakelde zich er weer doorheen. Als je luisterde naar wat De Vries zei, kon je de indruk krijgen dat Yesilgöz er met haar slappe verweer flink van langs kreeg, maar ze werd min of meer in bescherming genomen door de gespreksleider van WNL (sic!). Bovendien werd door haar gekakel de discussie dood geslagen.
Toch was het op de sociale media (Bluesky in dit geval) een en al lofzang op Stefan de Vries. Terecht natuurlijk. Maar eigenlijk was het tekenend voor de belabberde staat waarin de Nederlandse journalistiek verkeert. Reken maar, dat de beeldmedia straks weer uiterst voorzichtig met Yesilgöz zullen omgaan. Bang als ze zijn voor links uitgemaakt te worden. De schrijvende pers kan roepen wat men wil, maar het is beeld dat blijft hangen.