vrijdag 18 juli 2014

Onnozelheid overheerst


De oude Guus Kuijer maakte gisteravond de enige verstandige opmerking: Soms is het nieuws zo heftig dat elke reactie onnozel is.

Onnozelheid overheerste gisteravond dan ook. De media, televisie voorop, willen maar niet leren van voorgaande rampen. Er heerst een soort van heilig geloof dat de kijker of lezer alles wil weten, al is nog niets bekend.

Er is een passagiersvliegtuig neergestort boven de Oekraïene. Er zijn 193 mensen aan boord en niemand heeft de ramp overleefd. Het toestel zou wel eens neergeschoten kunnen zijn. Zo, dat is het nieuws. Dat kun je nog eens herhalen als er iets meer bekend is, maar het is heftig genoeg.

Het is een item dat vooralsnog volstaat met het bovenstaande bericht. Natuurlijk aangevuld met gegevens van het toestel en het feit dat separatisten beschikken over raketten die zo’n toestel uit de lucht kunnen halen. Het is mooi als er prudente foto’s beschikbaar zijn. We willen ook wat zien tenslotte.

Maar nee, het gaat maar door. Urenlange uitzendingen met continue herhalingen, gissingen en reacties van mensen op Schiphol, die niets te melden hebben. En dat kun je ze niet kwalijk nemen. Het ligt hem aan de media die daar staan. Waarom eigenlijk? Daar is geen nieuws.

Vanmorgen was er meer bekend, dus de moeite van een uitzending waard. Tenslotte wil je wel weten hoe het zit. Een kort item is voldoende. De ochtendkranten weten niet veel meer te melden dan wat we gisteren al wisten. Dit keer hebben ze zich ietsje ingehouden.

We weten inmiddels dat er 172 Nederlanders aan boord waren. Een compliment aan de kranten die het totale aantal slachtoffers in de kop zet en de landgenoten in een onderkop. Een heldere uiteenzetting wat er gebeurd kan zijn, dat is goede journalistiek, plus eventuele gevolgen.

Een van de ergste foto’s is die van wachtende fotografen en verslaggevers op Schiphol achter een lint wachtend op nabestaanden. Schaamteloos, een ander woord is er niet. De ene uitglijder dan de andere in de jacht op nieuws. De onnozelheid overheerst.

Waarom moeten politici via Twitter laten weten wat ze vinden van de ramp? Scoringsdrift? Angst dat ze voor onverschillig uitgemaakt zullen worden? Ik zou het niet weten, maar dat het beschamend is mag duidelijk zijn. Leve de politicus die nu even zwijgt. 


Het is zomer en er gebeurt verder weinig. Dus storten de omroepen zich er vol op. Dat is van een intense treurigheid. Als het niet zo heftig was, zou je er bijna om lachen. Beste nieuwsrubrieken, staakt nu voor een keer uw gehijg en laat het bij de bekende feiten. Morgen weten we weer meer. Dan is het tijd om de ramp te duiden, goed onderbouwd. Zo zou het moeten. En laat de emoties aan de nabestaanden.

donderdag 17 juli 2014

Het eeuwige maat nemen


Tjonge, wat nemen we elkaar weer de maat in zienswijzen op het Israel-Palestina conflict. Veilig vanuit de luie leunstoel en buiten een warm zonnetje.

Eerlijk gezegd vind ik de beelden van beide partijen beurtelings hartverscheurend en walgelijk. Kinderen die uit elkaar worden gescheurd op een strand, angstige mensen in afwachting van de inslag van weer een raket. Maar ook mensen die gezellig in strandstoeltjes zitten de kijken naar de inslagen van bombardementen op dorpen van de tegenstander..

Bijna automatisch gaat mijn sympathie uit naar de zwaksten, de onschuldigen. Mensen die gewoon net als wij in vrede en vrij van fanatieke idioten die met bommen gooien willen leven. Ze zijn te vinden in Israel en in de Gazastrook. Overal in oorlogsgebieden.

En ik gruwel van de mensen die kennelijk genoegen beleven aan de macht die ze kunnen uitoefenen door terreur. Die er geen enkel belang bij hebben dat er een eind aan het bloedvergieten komt. In elke oorlog heb je ze, die typen die in een normaal functionerende maatschappij aan de onderkant zitten te mokken.

In elk conflict komen ze bovendrijven. De idioten die nog een rekening te vereffenen hebben met de buren. Vaak gaat het niet eens om meer dan dat. En natuurlijk het idee dat ze eindelijk hun petieterig bestaan een beetje kleur kunnen geven door anderen te dwingen tot wat ze eigenlijk niet willen.

Om nog maar niet te spreken van machthebbers die hun eigen agenda hebben en zich helemaal niets gelegen laten liggen aan degenen over wie ze de macht uitoefenen. Je hebt ze aan beide kanten. In alle oorlogen.

Natuurlijk heb ik niets met zo’n Rutte met zijn gemakkelijke opmerkingen en voel ik meer sympathie voor Dries van Agt en krijg ik een naar gevoel bij de propaganda van Leon de Winter. Maar boos worden? Ach nee, het zijn onbetekende figuurtjes in een wereldwijd conflict. Laat ze, als ze zo nodig hun stem willen laten horen.

Dit laat onverlet dat ik eigenlijk een standpunt zou moeten hebben. Cynisch achterover leunen is ook niet echt dapper. Maar het heeft weinig zin hier iets over te zeggen op deze plaats. Wat rest is de oproep tot compassie met inmiddels al meer dan tweehonderd gedode Palestijnen. Allemaal met treurende ouders en naaste familie. En de vrees dat elke dode het zaad vormt van weer meer haat.

Gemakkelijke oordelen uit spreken over Hamas en Israel, hoe waar ze ook lijken maakt de treurnis niet minder. Hooguit het nare genoegen van het eigen gelijk. En laat de religie – ook de eigen - er buiten, dit heeft al genoeg ellende veroorzaakt. Laat het elkaar de maat nemen maar aan de strijdende partijen over. We zien waar dit uiteindelijk toe leidt.





woensdag 16 juli 2014

Een echte stad


Het is aangenaam druk in de stad op zo’n zomerse dag vlak voor de grote uittocht. Dan toont Leeuwarden zijn mooie gezicht.

Als je zo de Nieuwstad oprijdt en de terrassen gevuld ziet, waan je je bijkans in een grote stad. Overal mensen, op straat, in de stegen, op de toegangswegen. Niet overmatig druk, maar gewoon voor een doordeweekse dag in een levende stad.

Het zijn van die momenten dat je kunt leven met de gedachte dat Leeuwarden je woonplaats zou kunnen zijn. Het fraaie nieuwe Zaailand, ook al weer mooi gevulde terrassen en mensen wandelend op het plein, dat ooit een onplezierig niemandsland was met de achterkant van winkels, die amper bezocht werden. Nu leeft het.

Er wordt ook weer gewoond en dat zie je. Mensen zitten op hun balkon, niet ver weg of binnen. Tja, het is mooi weer en veel mensen hebben vrij zo vlak voor de bouwvakvakantie. Maar als je bedenkt dat de meeste studenten al huiswaarts zijn, valt het alleszins mee. De gemiddelde leeftijd is niet eens zoveel hoger.

Zo hoort een stad te zijn, denk je bij het binnengaan van een drukke boekenwinkel. Dan begrijp je toegenomen voorkeur voor het wonen in de stad in plaats van in de enge dorpen op het platteland. En het belachelijke van de leuze ‘ dorps wonen in de stad’ bij een veel te ver van het centrum gelegen nieuwe woonwijk.

De enige angst die je bekruipt is het beeld van volgende week. Nog steeds warm weer maar de Leeuwarders op vakantie. Wordt het dan weer leeg als vanouds? Het is een beetje de lakmoesproef voor het nieuwe Leeuwarden.

Komen de bootmensen voldoende naar de stad? Lokt de oude binnenstad voldoende toeristen nieuwsgierig naar de stad die verkozen is tot Culturele Hoofdstad 2018. Aan het eind van de bouwvak toch eens kijken en koppen tellen. En wellicht zelfs een vaartochtje maken door de stad. Om die heel andere en even mooie kant te zien.


Het is allemaal nog niet voldoende om te verhuizen, zeker waar je per scooter in tien minuten in het centrum bent. Het verlangen naar een echt grote stad is nog te sterk. Maar ik kan me nu wel een beetje voorstellen dat mensen Leeuwarden verkiezen boven het omringende platteland. Nu ook nog met slechter weer.

dinsdag 15 juli 2014

Warmer door plat land


Grappig, Amerikaanse wetenschappers hebben ontdekt waarom het in steden zoveel warmer is dan op het platteland. Met uitzondering van plat platteland.

Het is nog niet zo lang geleden dat onderzoekers tot de conclusie kwamen dat het in steden zo’n 1,5 tot 3 graden warmer is dan op het omringende platteland. De oorzaak was helder: al dat steen en beton absorbeert de warmte en laat het op momenten dat het minder warm wordt los.

Alleen in gebieden waar de zeewind waait heeft is de invloed wat minder. Klopte als een bus want in een stad als Leeuwarden, dichtbij de Waddenzee is het verschil met omringende platteland amper een graad. In Amsterdam daarentegen loopt het verschil op tot meer dan 2 graden.

Toch is het ingewikkelder hebben onderzoekers nu ontdekt. Het heeft naast het beton en steen ook te maken met turbulentie. Waar de natuur zijn gang kan gaan nemen planten en bomen warmte op en door de turbulentie ten gevolge van het onregelmatige landschap verdwijnt die warmte snel weer. In de dichtbebouwde stad ontbreekt de turbulentie en blijft de warmte hangen.

Eigenlijk simpel en voor een leek begrijpbaar. Volgens de onderzoekers is de invloed van die onregelmatige begroeiing nog groter dan die van de stenen woestenij van de stad. Een natuurlijk landschap kan dus een gunstige temperende invloed op de temperatuur hebben, ook voor de stad.

Daar gaat een provincie als Friesland de mist in. De eentonige raaigraslanden die de stad omringen veroorzaken in het geheel geen turbulentie en hebben daarom ook geen dempende werking. Dat het hier niet warmer worden heeft derhalve meer met de eerder genoemde zeewind te maken dan met de bebouwing van het stedelijk gebied.


Dat kan nog wel eens anders worden als het zeewater blijft opwarmen. Dan wordt het hier warmer dan in natuurgebieden. Weer een boodschap om boeren nu eens te verbieden het landschap te ontdoen van diversiteit. Helaas zal dat met die boerenlobby in Europa en ook in Nederland wel een illusie zijn. Toch valt er met het verleggen van subsidiestromen heel wat te bereiken. Ook een verfrissend platteland dat nog veel mooier is.

maandag 14 juli 2014

Hakenkruizen


Onmachtige boosheid verleidt mensen tot uitglijers. Dat is niet zo raar. Er tegen protesteren ook niet, behalve als je zelf boter op je hoofd hebt.

Natuurlijk steekt bij de recente protesten tegen de Israëlische acties in de Gazastrook ook een gemeen antisemitisme de kop op. Dat is bijna onvermijdbaar, net zoals bij discussies over racisme altijd weer de Tweede Wereldoorlog er bij wordt gesleept. Het gegil erover is evenwel uit een hoek, die niet fris is.

Klopt, je moet in een demonstratie tegen Israël geen hakenkruizen meedragen. Dat is fout en onvergeeflijk, omdat niets vergelijkbaar is met wat in WO 2 de Joden is aangedaan. Het getuigt van historisch onbenul. Protest ertegen, zoals van de organisatoren, is dan ook op zijn plaats.

Dit is evenwel iets anders als het gegil van PVV en sommige VVD’ers en CDA’ers. NSB-vlaggen bij een demonstratie van de PVV, mwah moet kunnen en zeuren we niet over. Maar dan moeten die PVV’ers hun muil houden als andere partijen zich schuldig maken aan misstanden.

Het is ook altijd hetzelfde. Waar extreem-rechts – wellicht uit schuldbesef – kaasrecht achter Israël staat, kunnen ze zichzelf schuldig maken aan de ergste uitwassen in dezelfde nazistische richting. Er komt wel eens een kamervraagje over, maar dat is het dan ook.

Maar wee als allochtonen zich hieraan schuldig maken vanuit een begrijpelijke onmachtige woede. Dat is echt iets anders dan provoceren met NSB-vlaggen om de goegemeente boos te maken. Boosheid doet mensen de verhoudingen wel eens uit het oog verliezen en dat moet je aan de kaak stellen.

Maar niet het gillen van de Telegraaf en andere usual suspects. Ik hou niet zo van meelopen in demonstraties, juist vanwege dit soort fouten. Altijd bekruipt me weer de twijfel over mijn eigen gelijk, nog afgezien van een afkeer van het gezamenlijk samen zo fijn eens zijn.


Dus CDA, VVD en PVV even de kleppen op elkaar en laat fatsoenlijker mensen hun zegje doen. Een beetje empathie met mensen uit het Midden-Oosten die lijden onder de huidige Israëlische aanvallen mag best. Dat maakt je geen antisemiet. Een beetje dimmen alstublieft.

zondag 13 juli 2014

De nacht, oh de nacht


Als je een nieuwe omgeving wilt leren kennen, doe dat dan bij nacht. Dan is alles zoveel mooier.

Ooit logeerden wij in de Dordogne in een nogal afgelegen huis. Mooi is het daar. De heuvelachtige omgeving van bos en een enkel weiland geven je een gevoel van superieure eenzaamheid. Zeker omdat er slechts sporadisch iets of iemand voorbij kwam.

Het enige wat op een gegeven moment opvalt is de relatieve saaiheid van het immer blinkende zonlicht. Maak maar eens foto’s tijdens een vakantie in een zonovergoten oord. Al snel lijken alle foto’s op elkaar. Als je eens door oude fotoalbums heen bladert valt dit extra op.

In die oude tijden had je ook geen fototoestellen met ongelooflijke isowaarden, die de tegenwoordige digitale toestellen soms weten te bereiken. Dit maakt fotograferen bij nacht en een beetje helder weer een makkie. Zelfs zonder statief kun je uit de hand een fraaie opname maken.

Het zijn opnames die door hun geheimzinnigheid iets extra’s hebben. In het echt is het ook zo. In die vakantie in de Dordogne liet ik ’s avonds de hond uit en zeker bij donkere maan zag je letterlijk geen hand voor ogen. Liep je per ongeluk de beboste delen in dan moest je goed weten waar je liep om weer bij het huis te komen. De neus van de hond heeft mij wel eens gered.

In de omgeving waar wij wonen geldt dit allemaal nog eens in versterkte mate. Het door boeren geïndustrialiseerde landschap biedt weinig opwindends. Het is dat wij aan een kanaal wonen, dat er nog iets spannends te beleven valt.

Hoe anders is dit ’s nachts. Dan kan die woestijn van raaigras plots iets mysterieus krijgen. Met een beetje geluk hangt er een waas over het land waar je zo nu en dan de silhouetten van koeien bovenuit ziet komen. Op windstille momenten en die komen in die uren vaak voor, zie je het kanaalwater als een spiegel de weerschijn van de omgeving overnemen.

Bij volle maan, zoals de afgelopen dagen wordt dit allemaal nog eens versterkt. Het zijn die momenten, die je doen besluiten toch nog iets langer in deze verder saaie omgeving te blijven wonen. De nachten verzoeten de dagelijkse eenvormigheid. Ach, waar je ook komt, je leert het pas kennen als je ’s nachts naar buiten gaat.

Waarmee maar gezegd mag zijn, dat nu het roken zo goed als uitgebannen is – oh, die nachten op een balkon in een zuidelijk land, een pakje leegrokend kijkend naar de eindeloze hemel – een hond de ideale vervanging is. Zo nu en dan ontmoet ik een buurman en die verzucht dan: Dit is alleen weggelegd voor de rokers en de mensen met een hond.



vrijdag 11 juli 2014

Een echte racist

Ooit een zelf verklaarde racist ontmoet? Nee, in Nederland vind je die niet. Hier is niemand racist, althans niet zodanig dat hij of zij het zelf zegt.

Jaren geleden ontmoette ik in Florida een echte racist. Althans iemand die zei; I’m proud to be racist. Een verachtelijk sujet, zouden we hier meteen roepen. Wij logeerden evenwel via een woningruil in zijn verblijf bij de met palmen omringde pool.

Na eerder al een naar gevoel te hebben gehad over het wapenvertoon en de opmerkingen over onze roekeloosheid was dit bijna de druppel en hadden we onze koffers gepakt. Maar de mensen waren verder zo hartelijk, dat we dit nog even uitstelden en eigenlijk vond ik het ook wel komisch.

Zelden heb ik mensen meegemaakt, die zo bang waren. Dat wij onderweg 's nachts in een supermarkt gevraagd hadden welke route we moesten volgen, was bijkans suïcidaal. Dat ik langs de weg - alligator alley - een sanitaire stop had gemaakt, was levensgevaarlijk: Weten jullie dan niet dat hier alligators zitten?

De man verplaatste zichzelf in zo’n immense pick-up met dubbel achterwielen. Nu was hij van oorsprong een Canadees, iets waar hij niet bepaald trots op was. Toch was een oude schoolvriend bij hem op visite en die spotte toen onze Jack in zijn pick-up stapte: ‘Such a big man, in such a big truck, with such a big gun in the trunk and so afraid’.

Eenmaal een beetje vertrouwd met elkaar raakten we veelvuldig in discussie over racisme, wapenbezit en andere politieke zaken. Toen hij merkte dat we aan hem gewaagd waren, bleek hij ons te waarderen. Weliswaar als ‘leftwing agitator’, maar daar kon hij als ‘rightwing agitator’  wel tegen.

In de jaren erna hebben we elkaar nog enige keren ontmoet, zelfs hier in Nederland waarvoor hij even een ommetje had gemaakt van Berlijn via Leeuwarden naar Brussel. Ook in Canada waar we plots een heel andere Jack leerden kennen. Ontspannen, wars van politiek, geen gezeur over zwarten of immigranten en zonder wapens.

Zijn kinderen dreven de spot met zijn racisme. Hadden ze niet gewoon zwarte kennissen? En werden mensen weliswaar ingedeeld in raciale categorieën, maar wel in hun waarde gelaten. Alleen in algemene termen liet hij zich stuitend uit over anders gekleurden. Maar als je hem weerwoord gaf, moest hij wel om zichzelf lachen.


Jack is al enige jaren dood en toch kan ik niet anders dan geamuseerd aan hem terug denken. Eigenlijk was hij tamelijk verlicht voor een republikein. Had een hekel aan kerken. Hem zag ik honderd keer liever dan de lieden die hier de ergste taal uitslaan over allochtonen, maar oh helemaal niet racistisch zijn. Ik weet natuurlijk niet wat dit over mij zegt. Er bekruipt me nu enige twijfel

De belabberde staat van de journalistiek

  R uim een week na de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta juicht menigeen in Nederland vanwege één journalist die defensieminister D...