maandag 29 augustus 2016
Stop begrip voor PVV-stemmer
Het zal allemaal wel
ergens goed voor zijn, die verkiezingsprogramma’s. Als iedereen ze las
tenminste. Dat waag ik te betwijfelen. Zeker nu echt de aftrap voor de verkiezingen
volgend jaar maart gegeven en het eerste schandaal er is.
Dat Mark Rutte en
Diederik Samson proberen de schade te beperken door sorry te zeggen voor
gebroken verkiezingsbeloften, zal de kiezers niet echt raken. Je moet een
onnoemelijke onnozelaar zijn, als je alle verkiezingsbeloften gelooft. Het
leidt natuurlijk wel af van straks komende programma’s.
Media doen voorspellingen
over de hoofdthema’s van de verkiezingen. En die verbazen dan weer. In een
fatsoenlijk land zou de komende tijd slechts een thema voorop mogen staan: het
A-viertje van de PVV. Dit afschuwelijke partijprogramma zou iedereen op zijn
minst tot een reactie moeten weten te verleiden.
Het mag duidelijk zijn
dat jaren van isolement Geert Wilders geradicaliseerd hebben. Natuurlijk, veel
van de programmapunten over de islam en buitenlanders in het algemeen waren min
of meer bekend. Maar zo op een rijtje als hoofdthema van een verkiezingsprogramma
zijn ze schokkend.
Dat de Nederlandse media
dat kennelijk niet vinden, getuigt van een verpletterend cynisme. Hier komt een
partij met een potentieel van drie miljoen kiezers met een racistisch, fascistoïde
programma, dat in het buitenland verbazing en afschuw wekt en Nederlandse
politiekkijkers lijken louter op de haalbaarheid te toetsen.
Uit alle hoeken van de
samenleving moet het PVV-programma naar buiten worden gebracht. Niemand mag nog
zeggen, dat we het niet hebben geweten. En als dan toch nog drie miljoen mensen
op die partij stemmen, dan hoeven we geen begrip meer te hebben voor die
kiezers.
Nu nog stemmen op de PVV
is geen blijk van boosheid, bezorgdheid
of teleurstelling. Zelfs domheid is hier onvergeeflijk. Laten we er niet meer
omheen draaien met dit A-viertje in handen: een stem op deze partij getuigt van
slechtheid. Met een gerust hart mogen we de PVV-kiezers straks negeren. Ze hebben het recht op aandacht verspeeld. We zijn
het begrip voorbij.
Lang leve de meeuw, behalve die uit het PVV-logo. Dit is de krijsende, schijtende en wegvliegende variant, die de prachtvogel een slechte naam heeft bezorgd.
dinsdag 23 augustus 2016
Niet alle senioren zijn rijk
Eenstemmig veroordelen
media en andere politieke partijen het als eerste gepresenteerde
partijprogramma van 50Plus. Egoïstische oudjes moeten niet zeuren want hebben een
groot eigen vermogen. Maar liefst €249.000 per huishouden. Enkele
kanttekeningen.
Ongetwijfeld is het waar
dat veel senioren er warmpjes bij zitten. Op een camping in Zuid-Europa buiten
het hoogseizoen kom je ze tegen. In peperdure grote campers toeren ze door
aangenamer streken dan Nederland. Onderwijl koutend met soort- en leeftijdgenoten
over de koersen van de aandelen en een succesvolle loopbaan.
En dan komt er plots een
oudere auto met nog oudere caravan het terrein op. Met Duits kenteken. Een
joviale Nederlander springt uit de auto. Tja, een leven lang
vrachtwagenchauffeur geweest, uitgerangeerd door Poolse chauffeurs en nu een
baantje op een Duitse camping, vandaar dat kenteken.
Theo heeft veertien jaar
in Spanje gewoond. Hij reed doorgaans op Spanje, dus dat kwam mooi uit. Nu aan
het einde van zijn werkzame leven zoekt hij weer een flat in een Spaanse badplaats.
Betaalbaar is het er nog. Onderwijl poogt hij zijn caravan te verkopen, een
handeltje erbij.
Na enkele maanden nog
maar eens gemaild hoe het ging. Theo was met zijn vrouw Irma weer in Duitsland.
Had zich vergist in de AOW-datum. In zijn loopbaan heeft hij amper pensioen
opgebouwd, dus zonder AOW lukt het echt niet. Theo heeft geen aandelen, geen
€249.000 vermogen.
Het is het verhaal van
veel lager opgeleide Nederlanders. Magere pensioentjes, als ze al een pensioen
hebben. En in los-vaste banen waarin het moeilijk is de 67 te halen. Dus de
laatste jaren is het WW en daarna bijstand, waarin eventueel eigen vermogen in
het huisje opgesnoept wordt. Je moet toch een beetje fatsoenlijk leven.
Theo en Irma klagen niet.
Ze zijn niet anders gewend en kijken met verwondering naar de grote campers.
Praten met de eigenaars doen ze niet. Het zijn gescheiden werelden. Zijn
kennissenkring bestaat uit mensen met eenvoudige baantjes, amper pensioen,
veelal werkloos na meer dan veertig jaar werken. En dan ook nog langer wachten op de AOW. Theo en Irma hebben het nog
goed, dankzij Theo's handeltjes.
Theo leest geen kranten,
maar als hij daar zou lezen dat hij een groot eigen vermogen heeft, zou hij
heel hard lachen. En het 50Plus programma zou hem wel aanspreken. Inmiddels woont
hij wel in Spanje. De AOW is binnen. In een eenvoudig appartement voor amper
€500 per maand. Het leven is er goedkoop, als je het wat handig aanpakt. Alles gaat goed, mits ze gezond blijven, zegt de kettingrokende Theo.
Maar heel veel van zijn
lotgenoten hebben minder geluk. Ze moeten het ook doen met louter AOW. Als ze
geluk hebben, hebben ze ooit een huis gekocht en inmiddels de hypotheek
afgelost. Daar zit dan het vermogen in, maar ze kunnen er niet aankomen. Ze
moeten toch wonen.
Dit is een verhaal achter
de cijfers waarmee politieke partijen strooien in hun eensgezindheid dat de
ouderen wel een veer konden laten. Hoe ze bij die gemiddeld €249.000 komen is
een vraag op zich. De babyboomers van eerdere geboortejaren hebben het soms
beter. Daarnaast zal het wel in de huizen zitten, maar vooral de nu pas
zestigplussers hebben een aflossingsvrije hypotheek en dus amper vermogen.
Misschien wat overwaarde,
maar ook hier geldt weer de noodzaak van een dak boven je hoofd. En gezien de
verhouding in dit land, waar de meerderheid niet veel meer dan mbo-opleiding
heeft genoten, mogen we aannemen dat het met de riante pensioenen wel wat
tegenvalt. Dit verhaal wordt niet verteld in de Tweede Kamer en evenmin
gehoord.
Je zou 50Plus nog een grote
toekomst kunnen voorspellen.
maandag 22 augustus 2016
De puinhopen van een sportzomer
Zo, dat hebben we weer
gehad, die sportzomer. Misschien moeten we de Nederlandse media wel dankbaar
zijn voor hun idolate obsessie met sport. Want het land is een beetje sportmoe,
als het dat al niet was.
Al jarenlang lijdt de
verenigingsport onder afvallige leden. Mensen voelen er niet zoveel meer voor
in groepsverband te sporten. Ja, kinderen worden nog al naar gelang de sociale
status naar hockey of voetbal gestuurd, maar dat is het wel. Tenminste voor
zover het sport in verenigingsverband betreft.
Het waarom van deze
ontwikkeling werd de afgelopen dagen wel heel mooi uitgebeeld door chef de
mission van het TeamNL Maurits Hendriks. Alles aan deze man is een
uitvergroting van wat er de afgelopen jaren is mis gegaan in dit land. Zelf
heeft hij niets door van de veranderde stemming.
Tja, er had wat beter
gecommuniceerd moeten worden. Waarmee alles weer is gezegd. Hier spreekt een
manager van het soort dat dit land langs de rand van de afgrond heeft geleid,
als het er niet op sommige plaatsen overheen is gegaan. In de Volkskrant van
maandag werd haarfijn aangeduid waar het probleem zit.
In de obsessie van de
medaillespiegel. Of het publiek geniet van de sport, of sporters kiezen voor
wat hen het beste ligt, doet er allemaal niet toe. De manager had een doel
gesteld: meer medailles dan de vorige keer en in de top tien van de
medaillespiegel. Populaire sporten vielen af, onzin van volwassen mannen op te
kleine fietsjes werd tot hoogste doel verheven, want medaillewaardig.
De komende jaren gaat er
als het aan Hendriks ligt dus minder geld naar zwemmen, paardensport en nog zo
het een en ander dat niet goud- of zilverwaardig was. Volkomen ongevoelig voor wat
mensen nu eenmaal leuk vinden, ofwel om zelf te doen of om te zien zal er
gehakt worden en tegelijk met geld gestrooid.
Waar kennen we dit toch
van? Van de financiële wereld wellicht, waar alleen het aandeelhoudersbelang
telt? Aan het rendementsdenken in het onderwijs? Het zijn er allemaal voorbeeld
van en uiteindelijk zijn ze allemaal ten dode opgeschreven. Zo niet, dan dreigt
er echt een revolte. Niet van verongelijkte boze burgers, maar van het denkend
deel van de natie dat te lang aan de zijkant heeft gestaan. En dit keer zal er
geen afkeer van de elite zijn.
Nog niet zo lang geleden
heb ik hier het sportdenken van de Olympische Spelen als een voorbode van een
dreigende dictatuur beschreven. Inmiddels ben ik een tikje minder
pessimistisch. Dankzij de falende sporters. Als ze meer goud hadden gehaald,
had Hendriks een voorspoedige toekomst tegemoet kunnen zien. Nu voorzie ik de
kar met pek en veren. Misschien niet meteen, maar toch voor de volgende spelen.
Voor de media is het een
ramp gebleken. Volledig verkeerd commercieel denken, deed alles wijken voor de
sport. Op televisie, maar ook de schrijvende pers deed mee. De regionale
kranten waren de klos, want die betrokken het meeste nieuws van het Algemeen
Dagblad dat volledig in de ban was van het Hendriks-denken.
In de kwestie Yuri van Gelder
kozen ze de kant van de bobo’s, net zoals in de losersvlucht. De
sportjournalistiek bleek er failliet. Het is wellicht nooit een volwaardige tak
van nieuwsgaring geweest, maar deze zomer was voor de regionale kranten een
ramp. Behalve de enkele krant die nog een eigen verslaggever mee stuurde,
hoewel ook die soms meegetrokken werden in het verkeerde kamp. Het is nu
eenmaal een soort van embedded journalisme.
En nu worden de wonden
gelikt. Het aan de sport uitgegeven geld, zal zwaar drukken op de verslaglegging van echt belangrijke zaken in de wereld. De correspondenten in de brandhaarden
van de wereld kunnen weer een korting van tarieven in het vooruitzicht zien. De neergang van de geschreven media is weer
een tikkie versneld. En dat is niets om vrolijk over te zijn.
woensdag 17 augustus 2016
Ontdek Regina
Is het nog mogelijk dat
goede musici aan de aandacht ontsnappen? Soms vraag je je dat nog wel eens af.
Het was bij een van de laatste aflevering van dit seizoen van The Leftovers dat
er plots een wel erg toepasselijk lied de aflevering afsloot. Laughin with
heette het en het bleef maar door het hoofd spoken.
Dat is dan weer het
voordeel van internet, want even speuren en daar verscheen de naam van de
zanger: Regina Spektor. Een Amerikaanse artiest met Russische wortels. Geboren
in 1980 in Moskou en op negenjarige leeftijd met haar ouders geëmigreerd naar
de Verenigde Staten toen de Sovjet Unie onder Gorbatsjow Joodse families toe
stond te vertrekken.
De klassiek geschoolde
Regina ontdekte al vrij snel dat ze ook uit de voeten kon met populaire muziek.
Ze begon liedjes te schrijven en vooral toen ze kennis maakte met de muziek van
Ani Difranco en Joni Mitchel ontwikkelde ze een heel eigen stijl.
Maar anders dan deze
zangeressen waagde Regina zich niet aan autobiografische teksten. Ze schreef
heel eigen fantasieteksten met literaire verwijzingen. De scholing in het
voormalig Oostblok was zo slecht nog niet. Met haar klassieke opleiding en het
grondige basisonderwijs wist ze een eigen plaats op te eisen.
In eerste instantie werd
ze ingedeeld bij de anti-folk scene in New York. Haar in eigen beheer
uitgebracht debuutalbum 11:11 (2001) was alleen in kleine kring bekend en was
op zijn zachtst gezegd nog al eigenzinnig. Een tweede album Songs bracht daar
nog niet veel verandering in. Wel groeide haar kring van liefhebbers.
Toen ze in 2004 onder de
hoede kwam van de platenmaatschappij Sire die haar derde album Soviet Kitsch,
eerst in eigen beheer uitgebracht, onder het Sire-label lanceerde groeide ze en
al snel verscheen haar eerste Sire-album Begin to Hope. Daarmee brak ze door in
breder kring, al bleef ze een beetje singer-songwriter voor een uitgelezen
publiek.
Ze kwam wel onder de
aandacht van serie-schrijvers op zoek naar begeleidende muziek. Daarin paste
haar eigenzinnige muziek goed en op die manier kreeg een breed publiek kans
haar te beluisteren. De KPN gebruikte Us van het album Far uit 2009 in een
reclamespot.
Regina’s muziek onderging
een gedaantewisseling. De eigenzinnigheid bleef, maar de toegankelijkheid
groeide, zeker het Far en in What we Saw from the Cheap Seats wisten een breder
publiek te bekoren. Toen ze in 2009 voor het eerst in Nederland optrad was
Paradiso binnen korte tijd uitverkocht.
En in de serie Orange is
the New Black vertolkte ze de thema-song You’ve got Time. Daarna werd het een
tijdje stil. Ze had andere zaken aan het hoofd, werd moeder en schreef zo nu en
dan nummers voor tv-series. Vlak voor de zomer kondigde ze aan in september met
een nieuw album te komen. In de animatiefilm Kubo and the Two strings vertolkte
ze een geheel eigen versie van While my Guitar Gently Weeps.
En de eerste twee nummers
van haar nieuwe album Remember us to Life zijn inmiddels te beluisteren. Het is
weer een heel andere Regina die we hier horen. De schare fans weten het wel te
waarderen, zo mag blijken uit de geluiden op de aan haar gewijde
Facebook-pagina’s. Als ze aankondigt in november weer in Paradiso op te treden
is de zaal binnen een week uitverkocht.
En toch is haar naam bij
een groter publiek nog onbekend, al zal menigeen wel eens een lied van haar
hebben gehoord. Toch heeft ze een ongekende aantrekkingskracht. Getuigenissen
van haar fans, en getuigenissen zijn het veelal, vertellen van verslaving aan haar muziek
en het kost inderdaad moeite na het beluisteren van haar albums om andere
muziek te waarderen.
Wat het is, is moeilijk
te duiden. Maar wie een keer Regina tot zich door heeft laten dringen, wil geen
kwaad woord meer over haar horen. Het maakt benieuwd wat de reactie zal zijn op
haar nieuwe album. Wellicht dat ze hier nu door een groter publiek wordt
geapprecieerd. Ze verdient het, maar het hoeft natuurlijk niet voor schare
fans. Het is ook iets kostbaars om als een van de weinigen van haar te genieten.
En de liefhebbers hebben
een bijzondere band met haar. Zo is er een Youtube-video waarop ze te tekst van
een lied kwijt is en het publiek haar onmiddellijk weer op het goede spoor
brengt. En dat maakt zo’n concert dan weer een belevenis, zelfs als iemand haar
per ongeluk een kledingstuk in het gezicht gooit en ze daar uiterst beschaafd
op weet te reageren. In Nederland weten de fans dat.
woensdag 10 augustus 2016
Een dictatuur in wording
Het gedwongen vertrek van
Yuri van Gelder uit Rio legt vooral het dictatoriale beleid van het Nederlands
Olympisch Comité bloot. De merkwaardige obsessie met een plaats in de top tien
van medailleverzamelaars heeft kwalijke kantjes en misschien zegt het ook wel
iets over Nederland.
Een week voor het begin
van de Olympische Spelen was er op de Belgische televisie een interview met de
bescheiden chef de mission van het buurland. Grote verwachtingen van het
Belgische equipe waren er niet. Met een beetje mazzel een gouden medaille en
daar was de man al blij mee.
Over Nederland zei hij
dat dit land nu eenmaal meer geobsedeerd is door competitie en de wil de beste
te zijn. He, dacht ik toen. Wij zijn toch het land van het maaiveld, van de
zesjescultuur? Wacht, schoot me toen te binnen, dat is het oude denken. Sinds
enkele decennia willen we dat niet meer.
We nemen geen genoegen
meer met plaatsen achterin de ranglijst op welk terrein dan ook. Bescheidenheid
die een klein land zou passen is verdwenen. Wee oh wee, als we op een
internationaal lijstje een plaatsje gedaald zijn, ja zelfs niet echt voorkomen.
Dan tuigen we een taskforce op om snel een hoger plaatsje te krijgen.
We worden gek gemaakt met
termen als excellence en meer managementtaalmisbruik. En moeten we de meest
hoge verwachtingen hebben van de prestaties van welke sector dan ook.
Nederlands plaatjesdraaiers zijn de beste van de wereld. Daphne Schippers is
onze nationale trots. Niet een toevalstreffer van goede genen en een goede sprinterskont,
nee een voorbeeld van de nagestreefde excellence.
Daarin is geen plaats
meer voor afwijkend gedrag. Een dik pakket voorwaarden voor deelname moeten de
sporters ondertekenen voor ze mogen deelnemen aan de Spelen. Tot het
kinderachtige aan toe. Waar daar in vroeger dagen nog wel eens lacherig om werd
gedaan, wordt dat nu uiterst serieus genomen.
Dat mag blijken uit het
wegsturen van Yuri. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij inderdaad de regels van het
draaiboek overschreden, maar was een vermaning ook wel goed geweest en had hij
een medaille kunnen scoren. Maar dat zou de heiligheid van het boekwerk hebben ontkracht. Dat is
heilig verklaard en van heilige dingen moet je afblijven.
Lafhartige medesporters
praten mee met de baasjes. En zeuren dat Yuri wat lawaaierig thuis was gekomen.
Tja. Het Team NL heet zulks. Niks geen individualisme meer. Alles in het teken
van verzamelen van medailles. Waar doet het toch aan denken?
Jef Geeraerts schreef
ooit eens een boeiend verslag over een bezoek aan Cuba, waar hij enige
problemen kreeg met de autoriteiten over erotische getinte geschriften. Hij
merkte toen op, dat dictaturen altijd twee dingen doen: sport verheffen tot
hoogste goed en seksualiteit in het donker sturen.
In Nederland is dit
omgekeerd. Hier wordt eerst de sport dictatoriaal, gevolgd door de politiek die
alles in het teken van economische ranglijstjes plaatst. Seksualiteit is
vooralsnog redelijk ontsnapt aan de politieke bemoeienis, maar preutse
nieuwkomers worden dankbaar aangegrepen om al te uitbundige seksuele uitingen
te bedekken.
Wat de managers zijn vergeten
is dat excellentie niet voorkomt uit stringente draaiboeken voor managers, maar
uit individuele kracht en wil. Niet door de nadruk op teamwerk, maar op individuele prestaties. De eerste medaille voor de lage landen was voor
een Belgische wielrenner. En de angst slaat bij de sportpers en sportbonden
toe, als er de eerste dagen weinig wordt binnen gehaald.
En dan komt er zo’n
druiloor die denkt dat regels wel een beetje omzeild kunnen worden. Weg met
hem. Op het eerste vliegtuig huiswaarts.
Nog een geluk dat het
Nederlandse voetbal internationaal niet veel meer voorstelt. Als ook de
volksport nummer een tot de top zou behoren, zou de dictatuur echt vaste voet
aan de grond krijgen. Het wordt tijd dat Nederland wakker wordt.
Ga massaal achter Yuri
staan en eis het ontslag van het Olympisch Comité. Stop het stiekeme streven
naar de dictatuur van de excellentie. Meedoen is echt belangrijker dan winnen.
En het maakt uitzonderingen op de regels zoveel leuker. Het leven is al saai
genoeg in een land waar de overheid al maar meer grip op het privé-leven van
zijn burgers krijgt. Allemaal in een dwangbuis in deze inrichting. Het is tijd
voor een revolutie. En wie weet komen we dan echt aan de top.
dinsdag 9 augustus 2016
woensdag 3 augustus 2016
De verderfelijke vlag
Wat is dat toch met
vlaggen? Turken die het centrum van een Duitse stad rood kleuren met de Turkse
vlag. Een beeld van de Democratische Conventie met allemaal mensen met de stars
and stripes zwaaiend. En geen groter eer dan de nationale vlag op je doodskist.
We kennen de beelden nog
van landen in het Midden-Oosten waar de Amerikaanse vlag werd verbrand, als
ultieme uiting van afschuw van dat land. En de woede in Amerika als er iemand
de vlag misbruikte. Ook in het Verenigd Koninkrijk is men er niet vies van de
Union Jack te gebruiken dan wel te misbruiken. En vergeet niet Hitlers
banieren.
Je kan amper een land
noemen waar de nationale vlag geen symbool van de identiteit van de natie is.
In Catalonië herken je de huizen waar mensen wonen, die voor Catalaanse
onafhankelijkheid zijn - een driehoekje in de vlag- , dan wel sympathie voor de Catalaanse zaak hebben – een
iets andere vlag zonder driehoekje.
Iets dichterbij huis is
de Friese vlag er in beperkte mate ook eentje. De enkele huizen waar op feestdagen een
Friese vlag met de welbekende pompeblêden
uithangt, getuigen van de voorkeur van de bewoners. De rood-wit-blauwe
nationale vlag is hier niet zo alom heersend. Zelfs niet op feestdagen en
bijzondere heuglijke gebeurtenissen.
Hooguit zwaaien kinderen
en kinderlijke ouderen met vlaggetjes als de koning langs komt. Ja met
sportevenementen hullen supporters zich wel in het Oranje. Op zich een raar
fenomeen. Je ziet het op nationale feestdagen. Je herkent de welstand van een
buurt aan de kleur van de vlaggen. In welvarende wijken overheerst het
rood-wit-blauw. Niet massaal, maar toch.
De sociaal minder
bedeelden wapperen met oranje. Het schijnt iets van doen te hebben met de
geschiedenis van de Oranjes. Toch zie je in dit land op zich geen hysterie als
het om vlaggen gaat. Zelden gaan de vlaggen hier massaal omhoog. Hoewel in
vooral extreemrechtse hoek de nationale vlag nog wel de voorkeur heeft om de
identiteit te tonen.
En natuurlijk de
herdenking van de Slach by Warns waar de pompeblêden wel erg overheersen rond
de rotsblokken van ‘leaver dea as slaaf’ op het Mirnser klif. Maar dat zijn wel
uitzonderingen en een keer per jaar. Als de shirts van voetbalclub Heerenveen
vanwege die pompeblêden worden uitverkoren tot lelijkste shirts ter wereld, is
er slechts in beperkte kring verontwaardiging, hooguit verbazing. Wie vindt die
rode bladen nu niet mooi?
Het is toch meer iets
esthetisch dan nationalistisch. Eigenlijk is het nationalisme hier niet zo in.
De culturele identiteit is hier amper te benoemen. Het ‘ik hou van
Holland-gevoel’ is een slap eerder gezellig aftreksel van de trots die andere naties ten toon
spreiden met vlaggezwaai.
De komende dagen zullen
we weer veel vlaggezwaai zien op de Olympische Spelen. Ook daar zul je zien dat
de Nederlandse vlag hooguit wappert bij medaillewinst op het podium.
Nederlandse supporters blinken toch meer uit in rare meestal oranje
uitdossingen met hooguit een klein vlaggetje op de wang. Hebben we geleerd van
andere landen.
Moeten we dit nu
betreuren? Misschien niet eens zo erg. Laten we eerlijk zijn, we hebben het
niet zo op dat vlagvertoon. En landen
die dat wel hebben, daar mankeert toch vaak wel wat aan. Dat sommige
spraakmakende lieden hier te lande wel wat bedroefd om zijn, is eigenlijk
merkwaardig.
Mensen zonder vlaggen
boezemen geen angst in. Een mooi voorbeeld is de zwarte IS-vlag. Geen idee wat
erop staat, maar in Nederland moet je niet met zo’n vlag de straat opgaan. De
veiligheidsdienst staat snel bij je op de stoep. Waar je dan ook met de
Nederlandse vlag gaat staan zwaaien, nergens boezemt dat angst in. Dat is
eigenlijk wel mooi. Net als je met ons paspoort bijna overal welkom bent.
Vreemd genoeg kan dit
amper zijn vanwege een onbesmet verleden. Dan zouden we in veel voormalige
koloniën niet meer welkom zijn. Zo voorbeeldig hebben we ons hier niet gedragen
en als top-slavenhandelaars zou je verwachten dat Afrikaanse landen ons niet
echt zouden waarderen. Dat valt alleszins mee.
Laat het duidelijk zijn,
ik heb geen vlag. Het vlagvertoon van buren laat me koud tot hooguit een lichte
ergernis, wanneer er meer achter lijkt te zitten dan gewoon feest vieren. Maar
terugzwaaien met een andere vlag, ach laat maar. Vier dat onze vlag niet zo’n wapen is. Een vlag is het teken van nationalisme. Het is net als met
marcheren, dat doen we ook niet graag waar andere landen dat als hoogste goed
beschouwen. En waar dit toe leidt weten we ook.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Hoe Israël de media op het verkeerde been zet
O p de dag dat hoofdredacteuren politici nog maar eens verzoeken de prijs van media niet te verhogen door btw naar 21 procent te krikken, ...

-
H eel even leek het of de Nederlandse parlementaire journalistiek wakker werd. De komst van het kabinet Wilders werd behoorlijke kritisch be...
-
I eder moment dat je ´s nachts even wakker wordt, spookt dat beeld door je hoofd. Een vader met zijn kind in zijn armen, waarvan het hoofd g...
-
H oe groot zal de woede zijn onder de Amerikanen, die protesteren tegen de aanwezigheid van de aanstichter van de Gazaanse genocide in het...