Psycholoog Douwe Draaisma
schreef jaren terug het boek ‘Waarom het leven sneller gaat als je ouder
wordt’. Ergens halverwege het boek bekroop me toen het gevoel, dat hij niet
helemaal gelijk had. Naar mate de jaren vorderden leek het mij of de tijd bijkans
stil stond. Dagen kropen om, verveling – altijd al sluimerend aanwezig – werd
groter. Niks niet sneller, de tijd kroop voort.
Is het vergelijkbaar met
de auto’s waar je in rijdt? Jarenlang verspilde je je geld aan middelmatige
auto’s, die amper de showroom verlaten al weer werden ingeruild. Comfort was in
eerste instantie amper van belang, eerder zaken als zuinigheid en goedkoop
vervoer. Dit in tegenstelling met de rappe inruilmanie.
Het zal zo’n twintig jaar
zijn geweest dat er een sluipende verandering kwam. Eerst was er die toch wat
trage bestelwagen in de tijd dat je ook als particulier nog op grijs kenteken
kon rijden. Dit kon natuurlijk niet door de beugel bij een overheid die niet zo
happig is op berekende onderdanen en de mogelijkheid grijs te rijden werd voor
particulieren zonder dralen afgeschaft.
Toen kwam er de eerste
grotere middenklasser, tweede hands dat weer wel. En na een aantal jaren was er
ineens die fatale proefrit in een Zweedse station met de ongelooflijke
topsnelheid van 220 km gepaard gaand aan een tergende luxe. Er volgden er nog
een aantal, steeds luxer en minstens zo snel. Snelheid op de weg tegen de
traagheid van het leven elders.
De laatste Zweedse koets
kondigde al aan, dat het tijdperk van snelheid op de weg ten einde liep. Het moet
gezegd, door een kleine – naar men zei schone – verandering aan de motor was
de betrekkelijk zuinige Zweed plots een zuipschuit geworden en dat ook nog met
een gigantisch hoge wegenbelasting vanwege de zelfontbrander onder de motorkap.
Je betrapte je er dan al snel op, dat je ondanks de kracht van de wagen zelden
de 120 overschreed, zeker toen het eerste kabinet Rutte de maximumsnelheid
verhoogde naar 130 werd dat zelfs een politiek statement.
Het kon niet natuurlijk
niet uit voor een eenvoudig journalist en plots besloot je hem in te ruilen
tegen een zuiniger en goedkoper vehikel, een saaie Prius. De auto was weer een middel geworden ter verplaatsing van A naar B. En niet te snel want de
boorcomputer gaf ongenadig het verbruik aan. De 120 km werd langzaam aan een
krappe 110 km.
En nu is er dan een nog
tragere Chevrolet Astro. Over zuipschuiten gesproken, maar goed op camperteken
en lpg kan het wel uit. - Wat zou de overheid hier overigens van vinden?- Maar sneller dan 100 km moet je er niet mee rijden, dan
is de lol er wel af met zo’n wegdweilende Amerikaan. En je geniet ervan. Het
geluid, de simpele techniek en de zachte fauteuils. En gek genoeg de
bewonderende blikken van autoliefhebbers.
Steeds langzamer dus.
Ooit spraken wij als collega’s over de wens langzamer te willen en het liefst
met paard en wagen naar onze klussen te rijden en nog veel verder. Het gaat die
kant weer uit. De snelheidswens is wel erg aan het tanen. En gaat het leven nu weer sneller,
zoals Draaisma stelde? Je wordt tenslotte een dagje ouder. Eerlijk gezegd niet.
Eerder is het of de tijd definitief tot stilstand is gekomen. Het enige wat
beangstigt is de stiekeme gedachte dat het hier een slimme vorm van zelfbedrog
betreft en dat je over een jaartje of wat zonder het te hebben gemerkt al een
been in het graf hebt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten