vrijdag 9 oktober 2026

De ontsporing van Zionisme





Hoe heeft Israël zo kunnen ontsporen? Die vraag komt bij menigeen op. En doordat het land zichzelf keer op keer vereenzelvigt met het Jodendom, moeten alle Joden zich nu verantwoorden. Alsof alle Joden Israël zouden moeten steunen, zoals Zionisten menen. Dat is niet altijd zo geweest, zo toont Benjamin Moser aan in Antizionisme.


Zoals de titel eigenlijk al aangeeft, is ´Antizionisme, een Joodse geschiedenis´ duidelijk qua stellingname ten opzichte van het Zionisme. Zionisme als de ideologie van Palestina als thuishaven voor het Joodse volk. Een ideologie die vleugels kreeg na de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog.


Aan de hand van zijn eigen geschiedenis en van biografieën van Joodse journalisten, wetenschappers en schrijvers beschrijft Moser hoe het Zionisme na de oorlog leidend werd, ook onder Joden. Voor die tijd was het dat zeker niet. Overheersend was toen de gedachte dat Joods zijn eerder een spirituele gedachte was. 


Het Joodse volk was vooral het volk van het boek. Het boek is de Torah en strenge gelovigen hielden zich bezig met intense studies van deze Joodse bijbel. Dit Judaïsme had niets met het nationalisme van de Zionisten. Joden zijn geen ras en zeker geen nationalisten. Dat laatste zou maar afleiden van het geloof. 


Het is dit Judaïsme dat de grote wetenschappers, schrijvers en denkers voortbracht. Toen Zionisme-grondlegger Theodor Herzl eind negentiende eeuw zijn gedachten te boek stelde, vonden de Judaisten dat maar een armzalig bijeen geraapt zootje. Zeker in de Verenigde Staten met zijn getalsmatig grote Joodse gemeenschap was de angst groot dat door het Zionisme Joden als niet-Amerikaans beschouwd zouden worden.


Bekende Joden als Albert Einstein keerden zich fel tegen de Zionisten. De steun voor het Zionisme van Herzl kwam vooral van Britten, toen de kolonisten van Palestina, maar later ook uit de hoek van het opkomend nazisme dat Palestina als soort oplossing voor het Jodenvraagstuk zag.


Voor de Zionisten was de Holocaust, hoe cynisch dat mag klinken, een godsgeschenk. Plots was de gedachte van een veilig heenkomen voor de vervolgde Joden overheersend. Moser laat aan de hand van de vele Joodse antizionisten zien, hoe dit in zijn werk is gegaan. Hoe in vrij korte tijd het Zionisme leidinggevend werd in de Westerse wereld.


In het eerste hoofdstuk beschrijft Moser zijn afvallige verandering. Als Amerikaan was hij opgegroeid met het Zionisme als enige waarheid voor de Joden. Bezoeken aan Israël brachten hem tot andere gedachten. De behandeling van de Palestijnen schokte hem en maakte hem tot anti-Zionist. Dat werd versterkt door zijn studie van het zionisme.


Nu kun je natuurlijk kritisch zijn op het beleid van Israël als het gaat om de genocide van de Palestijnen. Desondanks kan het bestaan van Israël als Joodse staat en veilige haven voor de vervolgde Joden nog altijd op sympathie rekenen. Juist die sympathie sneuvelt bij Moser. Hij is realist genoeg om niet het verdwijnen van de staat Israël te bepleiten. Maar dat maakt dit boek nog geen pleidooi voor het bestaansrecht.


Dit maakt hem tot doelwit van de Zionisten. Men is al snel anti-semiet in Zionistische ogen of zelfhatende Jood. Sinds het verschijnen van dit boek is ook in Nederland de discussie voor en tegen losgebarsten. Moser zou alle zionisten over een kam scheren, hij zou te eenzijdig zijn. Tja, de vraag die altijd opkomt bij dit soort verwijten, is die of men het boek heeft gelezen.


Natuurlijk zal dit boek mensen die nog altijd volmondig hun steun betuigen aan Israël niet op andere gedachten brengen. Zeker nu die mensen in het centrum van de macht verblijven, met christen-nationalisten, de eindtijd-fascisten in het Witte Huis zal dit niet snel veranderen. Die eindtijd-gedachte, het idee van het einde der tijden na de terugkeer van Jezus als de Joden terug zijn in Israël doet ook in Nederland opgeld, zoals bij een deel van de achterban van de Christenunie.


Juist bij die laatsten zal de steun niet snel verdwijnen. Veel steun ontlenen aan de bijbel van de Chistenunie kunnen de Zionisten evenwel niet. Steeds wanneer de Joden hierin het verkeerde pad opgingen, werden ze genadeloos gestraft door hun God. Een genocide zou je zo maar kunnen bestempelen als het verkeerde pad.


Benjamin Moser is de Joods-Amerikaanse schrijver van de veelgeprezen biografieën van Susan Sontag en Clarice Spector.

dinsdag 11 augustus 2026

De belabberde staat van de journalistiek

 





Ruim een week na de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta juicht menigeen in Nederland vanwege één journalist die defensieminister Dilan Yesilgöz het vuur na aan de schenen legt. Let wel, na een week en slechts één journalist. 


Even ter herinnering, de avond na de bestorming van Ceuta door tienduizenden doorgaans jonge Marokkanen, lanceerden Yesilgöz en VVD-fractieleider Brekelmans leugenachtige tweets waarin Spanje de wacht aan werd gezegd. Ruim twintig Europese regeringsleiders, inclusief Rob Jetten, meenden Spanje per brief nog eens stevig te moeten aanpakken.


Het was zo’n dag na de ramp, die je het schaamrood op de wangen brengt. Vooral omdat in de suggestieve berichten de suggestie werd gewekt, alsof de horde zo Europa binnen was gestormd. Een beetje kenner van de situatie in Ceuta weet dat hier geen sprake van was. Bovendien had Spanje door krachtig optreden dezelfde dag al de meerderheid van de Marokkanen terug gestuurd.


In de serieuze geschreven media werden de leugenachtige uitingen van Yesilgöz en Brekelmans en ook van die regeringsleiders de volgende dag veelal ontkracht. Daarna bleef het stil. Zeker op de treurbuis wachtte Nederland vergeefs op journalisten die Yesilgöz en/of Brekelmans, maar ook Rob Jetten ter verantwoording zouden roepen.


Het is een beeld dat we al zolang kennen. De Haagse verslaggevers, zichzelf op de borstkloppend als zijnde de journalistieke elite, zwegen in alle talen. Met vakantie? Zou kunnen, maar eigenlijk weten we wel beter. De politieke verslaggevers, zeker van de televisie, schurken te veel tegen de macht aan om het de politici echt moeilijk te maken.


Er was dus een correspondent uit Brussel voor nodig om Yesilgöz na een week ter verantwoording te roepen. In de eerste plaats omdat ze als defensieminister haar mond moet houden over het beleidsterrein van haar collega-minister. En daarnaast over regelrechte leugens die ze sociale media heeft op geslingerd en het retweeten van Russische desinformatie. Lijkt toch een doodzonde voor een minister.


Deze correspondent, Stefan de Vries, deed zijn best om Yesilgöz in de hoek te krijgen, maar die kakelde zich er weer doorheen. Als je luisterde naar wat De Vries zei, kon je de indruk krijgen dat Yesilgöz er met haar slappe verweer flink van langs kreeg, maar ze werd min of meer in bescherming genomen door de gespreksleider van WNL (sic!). Bovendien werd door haar gekakel de discussie dood geslagen.


Toch was het op de sociale media (Bluesky in dit geval) een en al lofzang op Stefan de Vries. Terecht natuurlijk. Maar eigenlijk was het tekenend voor de belabberde staat waarin de Nederlandse journalistiek verkeert. Reken maar, dat de beeldmedia straks weer uiterst voorzichtig met Yesilgöz zullen omgaan. Bang als ze zijn voor links uitgemaakt te worden. De schrijvende pers kan roepen wat men wil, maar het is beeld dat blijft hangen.


dinsdag 28 april 2026

De te respecteren ruimte



Een paar dagen in een dorp aan de Duitse kant van de grens brengt een mens in verwarring. Wat heerst hier een merkwaardige rust, dat wil zeggen merkwaardig in vergelijking wat we nu gewoon vinden. Het is hier ronduit stil. Behoudens een brutale haan en ander gevogelte valt er niet veel te beluisteren.


Ja, je hoort af en toen een buurman of -vrouw iets zeggen. Ook al - wellicht beïnvloed door de stilte omgeving - beschaafd en vooral rustig. Of in de verte een grasmaaier. Zondags, zo vertelde onze gastheer, is dit soort lawaai ten strengste verboden. Dus geen luidruchtig gereedschap of luide muziek.


Hierover nadenkend, besef je dat hier sprake is van het respecteren van andermans ruimte. Je behoort de ruimte van een ander niet in te nemen. Dat mensen dit in Nederland, en niet alleen daar weet ik nu uit ervaring, vergeten zijn, valt pas op in zo’n Duits gebiedje, waar overigens ook veel Nederlanders wonen.


Mensen vinden het volstrekt normaal om de ruimte van een ander ongevraagd te betreden. Niet letterlijk natuurlijk, want dan zet je er een hek omheen, maar vooral figuurlijk. Ik mag in mijn tuin muziek afspelen, zo hard ik dat wil. Ik mag de barbecue aansteken, al staat de wind net in de richting van mijn buurman. Dat is mijn recht.


Dat is wat sommige mensen betitelen als onze cultuur. Een cultuur waarin vreemde elementen niet moeten zeuren over geluidsoverlast, of rookgeur. Onze muziek is toch mooi. Geen gejengel van on-Europese instrumenten. Onze muziek is vooral mooi in onze eigen taal. En die cultuur is vooral een aantasting van andermans ruimte.


Want dat men met die muziek of andere onnodige herrie in de ruimte van een ander komt, wil er niet in bij de gemiddelde lawaaimaker. Klachten hierover, mogelijk zelfs een verbod, wordt ervaren als aantasting van een zwaar bevochten recht. Dan is het plots of zijn ruimte wordt ingeperkt. Helaas voor hem is zijn gedachte ruimte niet van hem.


En dat wil er bij de moderne mens niet meer in. Je ruimte is slechts dat stukkie terrein met een hek erom, dan wel binnen de muren van je huis. Alles daarbuiten is ofwel van een ander of vele anderen, ook wel publieke ruimte genoemd. En daar hoor je niet ongevraagd of ongepast te komen. Ook niet met geluid.


Het is geen aantasting van recht of bedreiging van cultuur die aantasting van de ruimte van een ander aan banden te leggen. Het is een kwestie van beschaving, beschaving die in zo’n grensdorp kennelijk nog bestaat. Ook als het mooi weer is en ieder wil genieten van het buiten zijn. Dat kan, vooral als mensen elkaars ruimte ook figuurlijk respecteren.

De ontsporing van Zionisme

H oe heeft Israël zo kunnen ontsporen? Die vraag komt bij menigeen op. En doordat het land zichzelf keer op keer vereenzelvigt met het Joden...